· Leestijd 6 minuten
Prinsjesdag 2026: dit verandert er echt in het arbeidsrecht
Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet-Jetten het Belastingplan 2027 en de begroting SZW. Wat betekent dit voor werkgevers op het gebied van zzp, sociale zekerheid en minimumloon?
Door Rebecca de Knegt, Arbeidsjurist
Gisteren, dinsdag 15 september 2026, was het weer Prinsjesdag. Koning Willem-Alexander sprak de Troonrede uit, minister van Financiën Van Weel bood de Miljoenennota aan, en het pakket Belastingplan 2027 en de begroting SZW gingen naar de Tweede Kamer. Nu de stukken er liggen, is duidelijk wat er echt op werkgevers afkomt, in plaats van wat er alleen werd verwacht.
Het belangrijkste nieuws: het kabinet draait een fors deel van de eerder aangekondigde bezuinigingen op sociale zekerheid terug, en het zzp-dossier krijgt een duidelijkere, rustiger koers dan de afgelopen jaren.
Zzp: het rechtsvermoeden gaat door, de rest wordt anders
Het grote zzp-dossier is dit voorjaar al flink op de schop gegaan, en dat zie je nu terug in de Prinsjesdagstukken. Minister Aartsen (Werk en Participatie) schrapte begin dit jaar het meest omstreden onderdeel van de Wet VBAR: de verduidelijking van het gezagscriterium, waarmee vooraf zou worden vastgelegd wanneer iemand "in dienst van" een ander werkt. Dat onderdeel riep te veel weerstand op bij opdrachtgevers en bracht juist onrust in plaats van duidelijkheid.
Wat overeind blijft, en wat het kabinet juist wil versnellen: het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief, indicatief 38 euro per uur (prijspeil 1 januari 2026). Zzp'ers die onder dat tarief werken, kunnen straks een beroep doen op het vermoeden dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De bewijslast ligt dan bij jou als opdrachtgever: jij moet aantonen dat er wél sprake is van echte zelfstandigheid. Lukt dat niet, dan ontstaat een arbeidsovereenkomst met alle bijbehorende rechten. Met terugwerkende kracht kan dat ook gevolgen hebben richting Belastingdienst, UWV en pensioenfonds. Beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.
Voor de rest van het dossier, wanneer is iemand nu wél of niet zelfstandige, werkt het kabinet aan een nieuwe Zelfstandigenwet. Die moet zzp'ers vooraf meer zekerheid geven en is in de Troonrede expliciet genoemd: het kabinet wil voorkomen dat zzp'ers "klussen mislopen uit angst van opdrachtgevers voor boetes achteraf." Deze wet is nog in ontwikkeling. Op Prinsjesdag zelf is er geen concept ingediend.
Wat kun je nu al doen?
Ga na welke zzp'ers in jouw organisatie onder de 38 euro per uur werken. Dat is de groep waar het rechtsvermoeden vanaf 2027 direct impact op heeft. Zorg dat je onderbouwing op orde is, hoe de opdracht feitelijk wordt uitgevoerd, niet alleen wat er op papier staat, zodat je zo nodig kunt aantonen dat iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt.
Sociale zekerheid: bezuinigingen worden fors teruggedraaid
Dit is het opvallendste nieuws uit de begroting SZW 2027: het kabinet zet een streep door een flink deel van de bezuinigingen op sociale zekerheid die eerder in het coalitieakkoord stonden. Concreet:
- De AOW-leeftijd wordt niet meer één-op-één gekoppeld aan de levensverwachting.
- De verlaging van het maximumdagloon, waarop UWV-uitkeringen worden gebaseerd, gaat niet door.
- De verkorting van de WW-duur van 24 naar 12 maanden wordt met een jaar uitgesteld, naar 1 januari 2029.
- De afschaffing van de tegemoetkoming arbeidsongeschikten is eveneens uitgesteld naar 1 januari 2029.
Minister Vijlbrief heeft werkgevers en vakbonden inmiddels een brief gestuurd met de uitnodiging om over deze onderwerpen in gesprek te gaan, met als doel een breed gedragen sociaal akkoord. De uitkomst daarvan moet nog landen in een volgend budgettair besluitvormingsmoment. Kortom: dit dossier is nog niet klaar, maar de scherpe kantjes van eerdere bezuinigingsplannen zijn er voorlopig af.
Wat kun je nu al doen? Als je met bovenstaande cijfers had gerekend in je meerjarenplanning voor personeelskosten of een sociaal plan, kun je die aannames nu bijstellen. Let op: dit blijft onderwerp van gesprek tussen kabinet en sociale partners, dus we blijven dit dossier de komende maanden volgen.
Compensatie transitievergoeding: opnieuw uitstel, tot 2028
Ook dit stond al in de eerdere verwachtingen en is nu bevestigd: de afschaffing van de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, en bij bedrijfsbeëindiging door pensionering of overlijden van de werkgever, is met een jaar uitgesteld, naar 1 januari 2028. Werkgevers die een langdurig zieke medewerker ontslaan, kunnen de betaalde transitievergoeding dus nog een jaar langer laten compenseren door het UWV dan eerder gepland.
Wat kun je nu al doen? Geen reden om een lopend verzuimdossier te versnellen vanwege een naderende deadline. Neem de tijd voor een zorgvuldig traject.
Minimumjeugdloon: fors omhoog per 1 januari 2027
Los van Prinsjesdag zelf, maar al definitief aangekondigd door minister Vijlbrief: het minimumjeugdloon stijgt per 1 januari 2027 flink, vooral voor 17- tot en met 19-jarigen.
| Leeftijd | Nu | Per 1 januari 2027 |
|---|---|---|
| 20 jaar | 80% | 87,5% |
| 19 jaar | 60% | 75% |
| 18 jaar | 50% | 62,5% |
| 17 jaar | 39,5% | 50% |
| 16 jaar | 34,5% | 40% |
| 15 jaar | 30% | 30% (ongewijzigd) |
Percentages van het volwassen wettelijk minimumloon.
Nieuw is ook dat de uitzondering voor bbl-studenten vervalt: zij vallen vanaf 2027 onder hetzelfde jeugdloon als andere werknemers van hun leeftijd, in plaats van de huidige, lagere bbl-schaal. Een neveneffect waar je als werkgever in de detailhandel op moet letten: doordat het loon van 18- en 19-jarigen boven de AOW-franchise uitkomt, gaat voor deze groep vaker ook daadwerkelijk pensioenpremie gelden.
Wat kun je nu al doen? Reken je personeelsbegroting voor 2027 hierop door als je met veel jonge parttimers werkt, denk aan horeca, retail en supermarkten. Houd ook rekening met het pensioeneffect bij 18- en 19-jarigen.
Concurrentiebeding: nog geen Prinsjesdag-nieuws, maar wel in de pijplijn
Dit dossier stond niet op de Prinsjesdag-agenda, het loopt via een apart wetgevingstraject, maar blijft relevant voor je arbeidsvoorwaarden. Het wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding ligt sinds eind juni bij de Raad van State. Het kabinet streeft naar indiening bij de Tweede Kamer eind 2026. Kernpunten blijven: een concurrentiebeding van maximaal één jaar, een verplichte vergoeding (in elk geval 50% van het maandsalaris per maand dat het beding geldt) zodra je er een beroep op doet, en een verplicht vastgelegd geografisch bereik.
Wat kun je nu al doen? De huidige regels gelden nog gewoon. Wel een goed moment om te bekijken bij welke functies een concurrentiebeding daadwerkelijk noodzakelijk is, in plaats van standaard.
Hoe nu verder
Met het indienen van het Belastingplan 2027 is het startschot gegeven voor de parlementaire behandeling. Die loopt tot begin november: de Tweede Kamer stemt naar verwachting op 12 november, waarna het pakket naar de Eerste Kamer gaat. Omdat het kabinet-Jetten een minderheidskabinet is (66 van de 150 zetels), is de uitkomst niet in beton gegoten. Vorig jaar nam de Eerste Kamer het Belastingplan pas half december aan.
Onze tip: ga dit najaar concreet aan de slag met je zzp-contracten, met name onder de 38 euro per uur, en je begroting voor 2027, in plaats van te wachten op definitieve besluitvorming. De hoofdlijnen liggen er nu, en die veranderen doorgaans niet fundamenteel meer in de resterende parlementaire behandeling.
Vragen over wat dit voor jouw organisatie betekent? Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek. We denken graag mee.
Rebecca de KnegtArbeidsjurist bij HRHavenWil je hierover sparren?
Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek. We kijken graag mee naar jouw situatie.
Plan een kennismaking